Project Description

Fotocredit: Guus Schoonewille

‘De meeste politici hebben weinig verstand van techniek’

Tijdens de jaarlijkse alumnidag in 2019 werd Joop Roodenburg, president van maritiem dienstverlener Huisman, officieel verkozen tot Alumnus van het Jaar van de TU Delft. Ik sprak hem die dag als dagvoorzitter, maar was daarvoor al langs geweest voor een interview. 

Gefeliciteerd met uw benoeming tot alumnus van het jaar. Had u het verwacht?  

“Nee. Ik ben een stuk ouder dan de zeven alumni die de prijs eerder in ontvangst namen. Maar toen ik zag dat ik in de Walk of Fame kwam, naast historische alumni als Cornelis Lely (die het plan voor de Zuiderzeewerken bedacht, red.), dacht ik: ik ben in goed gezelschap.”

Lely was een techneut die de politiek in ging. Wat zou u als eerste doen als u morgen minister zou zijn? 

“Allereerst wil ik kwijt dat er te weinig techneuten in de Tweede Kamer zitten. Daardoor hebben de meeste politici weinig verstand van techniek, vinden ze techniek eng en hebben ze weinig gevoel voor wat in ons land op industriegebied gebeurt. Als ik minister was, dan zou ik de maakindustrie nieuw leven inblazen. We zouden in Nederland weer slimme constructies moeten maken, zoals de grootste kranen ter wereld die wij hebben ontworpen voor Heerema. We hebben die kranen helaas bij Huisman China gebouwd, omdat ons land te duur is geworden.”

In 2012 was de 66 meter hoge fabriekshal van het bedrijf Huisman in Schiedam klaar. Roodenburg laat er een foto van zien in het boek This is Huisman. Hij zal dit boek tijdens het gesprek vaker pakken om te laten zien wat zijn bedrijf allemaal heeft gemaakt. “Begin vorig jaar hebben we de laatste reorganisatie gehad en onze fabricage in Nederland min of meer on hold gezet. In onze hal zijn veel grote constructies gebouwd, maar nu staat hij leeg. Dat we de maakindustrie verliezen in Nederland vind ik pijnlijk. De politiek doet veel te weinig moeite om dit in ons land te houden.”

Huisman ontwerpt en bouwt vooral materiaal voor de olie- en gasindustrie, zoals pijpleidingen en drillsystemen, om offshore energie te winnen. Hoe valt dat te rijmen met het thema van de Delftse Dies Natalis van dit jaar: Climate Action? 

“Mijn bedrijf ontwikkelt en bouwt apparatuur voor het winnen van zowel fossiele als niet-fossiele energie. Zo bouwden we in 2015 samen met Tocardo de grootste commerciële getijdencentrale ter wereld, om op een duurzame manier energie te winnen. Deze centrale is in één van de openingen tussen de pijlers van de Oosterscheldedam geïnstalleerd om stroom op te wekken. Het plan was om de hele Oosterschelde vol te bouwen en het systeem te exporteren naar andere landen.”

Is uw plan om duurzaam energie te winnen gelukt? 

“Niet echt. Ik wilde het feed-in tarief (een bij wet geregelde vergoeding om groene stroom in te kopen tegen opwekkingskosten, red.) om de stroom aan het net te verkopen. De windindustrie kreeg 16 tot 18 cent per kilowattuur en ik vond dat de getijdenindustrie recht had op hetzelfde. Ik weet nog dat ik een afspraak had met Henk Kamp, de toenmalige minister van Economische Zaken, om erover te praten. Ik had me goed voorbereid en deed de deur open van het zaaltje waar we zouden overleggen toen ik allemaal familie zag staan. Kamp zei: ‘We gaan vandaag wat anders doen. Je krijgt een lintje!’ Van mijn reactie op dat moment zijn video-opnames gemaakt. Daarop zie je mijn gezicht helemaal betrekken. Uiteindelijk kregen wij maar 4,9 cent per kilowattuur, evenveel als de prijs voor grijze energie. Met dit feed-in tarief werd deze getijdencentrale volkomen onrendabel en daarom verkocht ik onze aandelen voor een symbolisch bedrag.”

 Inmiddels houdt Huisman zich bezig met een andere vorm van duurzame energie: geothermie. Gaat dat beter? 

“De politiek roept hard dat het goed gaat, maar als je kijkt naar de cijfers blijkt ook deze vorm van duurzame energie niet op te schieten. Het duurt heel lang voordat we vergunningen hebben om de twee gaten te boren. (Bij geothermie pomp je warm water uit de ondergrond naar boven om huizen, kassen en industrie te verwarmen. Het afgekoelde water laat je door het andere gat weer naar beneden stromen, red.) We hebben eerder putten geboord in Bergschenhoek en in Den Haag, maar op dit moment ligt de boorinstallatie in onze fabriek omdat we lang hebben moeten wachten op een vergunning voor Pijnacker. Terwijl, als die putten er eenmaal zijn, dan heb je voor 20 tot 30 jaar aardwarmte. De overheid moet met een deltaplan komen om die vergunningen sneller te krijgen en meer projecten goed te keuren.”

Gelooft u in een toekomst met duurzame energie? 

“Dat zou een deel van de toekomst kunnen zijn. Ik sluit me aan bij de visie van Shell, waarin staat dat de hoeveelheid olie die we gebruiken in 2025 piekt en gas in 2030.

Daarvoor in de plaats komt een combinatie van geothermie, zon, wind, kernenergie en thorium (een veiliger alternatief voor uranium als brandstof in kerncentrales, red.). In de tussentijd hebben we nog steeds gas en olie nodig. Bovendien gaat de ontwikkeling van duurzame energie heel langzaam. We bouwen maar één zevende aan zon-, geo-  en windenergie bij  ten opzichte van het afnemen van gasvoorraden van kleine velden. Eigenlijk doen we dus veel te weinig op het gebied van duurzame energie. Iedereen roept dat we van het gas af moeten; volgens mij zou dat best kunnen, maar dan moet er wel actie komen!”

Wat kunnen we nu doen? 

“De grootste energiebesparing krijg je door efficiënter te werken. Ik doe alles sneller met minder mensen om olie of gas uit de bodem te halen. Dat is een quick win.”

In 2013 kocht u een oude artillerieopslag in Delft en verbouwde die tot de Buccaneer, een plek waar u jonge ondernemingen ondersteunt die technologische innovaties voor de  energietransitie bedenken. Richt u uw hoop op een duurzame toekomst op studenten van de TU Delft? 

 “In zekere zin wel ja. Bij de Buccaneer zitten vijftien bedrijfjes die bezig zijn met energietransitie. Ik wil hen verbinden met grote bedrijven uit mijn wereld. Ook de TU Delft betrekken we daarbij. Zo nodigde ik pas een stuk of zes decanen uit om te brainstormen over actuele vraagstukken en te onderzoeken waar we elkaar kunnen aanvullen, zoals waar afstudeerders onderzoek naar kunnen doen. Denk aan het ontwikkelen van kunststof buizen die niet corroderen – om binnen de geothermie toe te passen – of een totaal andere manier om windmolens te installeren door ze aan wal in elkaar te zetten en in hun geheel te vervoeren met een speciaal schip.”

U bent 69 jaar. Gaat u ooit met pensioen? 

“Eigenlijk had ik allang met pensioen moeten zijn, maar dat ben ik inmiddels niet meer van plan. Waarom zou je met pensioen gaan als je het nog naar je zin hebt?”

Wat is uw grootste droom? 

“Mijn droom is altijd geweest om mooie machines en systemen te ontwikkelen en te realiseren. Zo bouwden we in 1986, toen de olieprijs maar tien dollar was, een aardbevingssimulator voor een pretpark. We kochten zelfs de achtbaanbouwer Vekoma Rides, die we zeer recent verkocht hebben. Ook bouwden we twee skyshuttles voor cruiseschepen. Ik vind dat gewoon leuk. Mijn droom is om op verschillende gebieden innovatief bezig te zijn. Of ik nou pretparkattracties of boorsystemen bouw, dat maakt me niet uit.” <<

CV

Joop Roodenburg (1950) is president van Huisman in Schiedam. In 1971 rondde hij hts werktuigbouwkunde af en in 1977 studeerde hij af in de meet- en regeltechniek aan de TU Delft. Huisman is voorloper op het gebied van ontwerp en bouw van pijplegsystemen en actief op de markt voor de next generation boorsystemen, zowel op land als offshore. Daarnaast focust het op renewables. In 2015 startte Roodenburg met Buccaneer Delft, een ‘accelerator’ voor jonge technologiebedrijven, actief in de energie- en offshore sector. Zo streeft hij ernaar om zijn innovatiedrive en zijn ondernemerschap over te dragen op jonge en ambitieuze ondernemers. Sinds 2018 zit op het complex ook restaurant Kruydt: een plek waar iedereen welkom is.

Dit interview is gepubliceerd in Delft Integraal, het alumnimagazine van de TU Delft.